De DAS, ict voor mkb en (non-)profitorganisaties
een rode lijn !
De burcht

De sterke klauwen van de voorpoot van de das worden gebruikt bij het graven van het dassenverblijf, de burcht. Een burcht wordt bij voorkeur gegraven in bebost terrein, omgeven door grasland. Bij burchten in heuvelachtig terrein is de burcht meestal op het zuidoosten gelegen. Aan de voet van de helling is veelal water te vinden. Soms worden ook konijnenburchten overgenomen en ‘verbouwd’. Er wordt een uitgebreid ondergronds gangensysteem aangelegd met vele ingangen. De woonkamer, die meestal met schoon plantenmateriaal is gestoffeerd noemt men de ketel. Zo’n ketel kan drie meter diep liggen en vijf tot tien meter van de ingang. Er zijn burchten gevonden met meer dan 40 uitgangen en een totale ganglengte van meer dan 100 meter. Zo’n burcht wordt door generaties van dassen over een periode van tientallen jaren gebruikt.

De meest geschikte plaatsen voor dassenburchten zijn die plekken waar hoge grond over gaat in lage grond en de bodem uit zand bestaat. In Nederland komen de riviervalleien het meest in aanmerking.Er wonen soms meerdere dassenfamilies in een burcht. De burchten zijn gemakkelijk te onderscheiden van vossen- of konijnenholen door de grote afmetingen en de berg aarde en stenen voor de ingang. Als je een burcht vindt is niet altijd gezegd dat er ook dassen wonen, want vossen en konijnen nemen vaak de verlaten burchten in. Ook als er dassen wonen krijgen ze regelmatig inwoning van deze dieren.

Als een burcht wél door dassen wordt bewoond dan is dat makkelijk te zien. Ze gebruiken namelijk vaste paadjes, bijvoorbeeld naar drinkplaatsen. Aan braamstruiken of prikkeldraad langs die paden zitten vaak plukjes zwart-witte haren. Bij de ingang van de burcht vind je gewoonlijk klauwsporen op boomstammen, die de das staande op z’n achterpoten met zijn scherpe klauwen heeft aangebracht. Rond de ingang en langs de paadjes zul je vers afgebroken takjes en stengels zien liggen,  gras of varens en andere planten, die als nestmateriaal worden gebruikt.

De das verzamelt het materiaal met zijn voorpoten en schuift achterwaarts naar zijn burcht, daarbij een spoor van planten achterlatend. Men zegt dat dassen hele zindelijke dieren zijn, omdat ze dikwijls hun nest verschonen en ook toiletten graven, ondiepe gaten op een meter of twintig van de burcht.

Op hun nachtelijke zoektochten naar voedsel gebruiken dassen ook hun vaste paadjes. Je kunt dus kleine poortjes maken in omheiningen, die wel konijnen en andere plagen van het bouwland of de boomaanplant weghouden, maar toegankelijk zijn voor de das. Zo kan het leven voor dassen weer iets gemakkelijker worden gemaakt.