 
 
 
 
 
 
 
|
Het maken van perkament:
'Neem geitenvellen...'
In plaats van geitenhuiden zijn huiden van kalveren heel
geschikt. In Nederland wordt vanouds kalfsperkament naast geitenperkament het meest
gebruikt. Schapenhuiden werden en worden veel in zuidelijke landen gebruikt zoals
Frankrijk en Italië. Hoe verser de huid die men gaat gebruiken is, hoe beter deze te
reinigen is van vooral bloed. Hoe moeilijk het is gestold bloed uit de huid te
verwijderen, bemerken we wanneer we een huid van een niet geslacht - dat is niet
uitgebloed - dier onderhanden hebben. De perkamentmaker kan dit echter uitbuiten en kan er
dan schitterend, zogenaamd geaderd perkament van maken. Bij restauratoren staat dit
perkament niet goed bekend; het ijzer in het bloed kan op den duur het perkament
aantasten. Het huidje van een doodgeboren of te vroeg geboren kalfje (een zogenaamde
slak), lammetje (een smaas) of geitje is het uitgangsmateriaal voor het mooiste perkament:
dun, soepel, zacht en sterk. In Duitsland heet het Jungfernperkament.
Vergroting van schapenperkament,
De haren van een schapenhuid liggen in bosjes van enkele
grote en kleine haren. Hierdoor worden groepjes bobbeltjes in de huid gevormd die ketens
vormen. Dat patroon is ook zichtbaar wanneer alle haarresten verwijderd zijn.
Vergroting van geitenperkament.
De haren van een geitenhuid zitten in groepen
die onderbroken ketens vormen, schuin in de huid. De huid is op die plaats vaak iets meer
verdiept. Door die schuine inplant zijn de haren minder makkelijk te verwijderen . In
geitenperkament treffen we daarom vaak haarresten aan. Ook na verwijdering van alle
haarresten behoudt de nerflaag van een geitenperkament als gevolg van de haarinplant een
karakteristiek patroon.
Vergroting van kalfsperkament.
Hier liggen de haarresten als zwarte puntjes zonder patroon
verspreid in het perkament. De nerf van het kalfsperkament heeft geen karakteristieke
tekening. Het is als ivoor zo glad en heeft ook een gelijke kleurverdeling.
|